Mona Lisa

Mona Lisa (Italiaans: La Gioconda, Frans: La Joconde) is de titel van een waarschijnlijk tussen 1503 en 1506 geschilderd werk van Leonardo da Vinci, dat nu in Musée du Louvre hangt. De gebruikte techniek is olieverf op paneel (populierenhout). Het is het portret van een dame, waarschijnlijk Lisa Gherardini of voluit Lisa di Antonmaria Gherardini di Montagliari, de derde echtgenote van Francesco del Giocondo, die waarschijnlijk de opdracht gaf voor het schilderij. Het is een van de weinige werken waarvan men zeker is dat het van de hand van Leonardo zelf is. Als een van de beroemdste kunstwerken ter wereld krijgt het ongeveer 20.000 bezoekers per dag.

Naam

In de meeste Romaanse talen wordt het schilderij ‘La Gioconda’ genoemd, dat is ‘de echtgenote van il Giocondo‘, voluit Francesco di Bartolomeo di Zanobi del Giocondo, een Florentijnse zijdehandelaar. In het Frans is het La Joconde geworden.

In de meeste andere talen wordt de naam Mona Lisa gebruikt, naar de omschrijving waarmee Giorgio Vasari de geportretteerde aanduidt in zijn boek Le vite de’ più eccellenti pittori, scultori e architettori italiani (1550). Dit betekent letterlijk Mevrouw Lisa. Monna is een samentrekking van madonna, ‘mevrouw’. De in andere talen gebruikelijke samentrekking mona (met één -n-) is niet correct: in het Italiaans is dat woord namelijk schuttingtaal voor het vrouwelijk geslachtsdeel. De Italianen noemen het werk dan ook soms Monna Lisa en nooit Mona Lisa.

Beschrijving (iconografie)

De Mona Lisa is het portret van een jonge vrouw met op de achtergrond een berglandschap. Ze zit op een loggia, gesuggereerd door het muurtje achter haar en de fragmentarische kolommen in de beeldrand, in een stoel waarvan de armleuning parallel aan het beeldvlak loopt en als het ware een afsluiting vormt tussen het model en de waarnemer. Haar torso staat schuin ten opzichte van het beeldvlak, maar haar gezicht is naar het beeldvlak gekeerd en ze kijkt de waarnemer aan. Ze draagt donkere kleding en over het haar een doorzichtige zwarte sluier. Die sluier werd dikwijls gezien als een symbool van rouw, maar anderen zeggen dat een dergelijke sluier ook gezien kan worden als een symbool van deugdzaamheid. Haar handen liggen gekruist op de leuning van de armstoel en ze lijkt klaar om een kindje in haar armen te dragen. De dame heeft geen wenkbrauwen of wimpers, maar in 2007 kon Pascal Cotte uit hogeresolutiescans afleiden dat wenkbrauwen en wimpers origineel aanwezig waren maar mettertijd waren uitgewist, misschien bij vroegere restauraties van het schilderij. De kopie die bijna gelijktijdig werd gemaakt en die bewaard wordt in het Prado in Madrid heeft wel wenkbrauwen. Opmerkelijk aan het schilderij is ook de breuk in de horizonlijn van de achtergrond.

Techniek

Het schilderij was vernieuwend voor zijn tijd, niet alleen door de voorstelling en de positie van het model, maar ook door de techniek. De frontale afbeelding was weinig gebruikelijk voor portretten, maar werd wel veel gebruikt bij afbeeldingen van Onze Lieve Vrouw. Technieken zoals de voorstelling van het model voor een landschap in een architecturale omlijsting werden al gebruikt door de Vlaamse Primitieven in de tweede helft van de 15e eeuw, onder wie Hans Memling, maar de ruimtelijke samenhang, de monumentaliteit en het evenwicht in de compositie waren nieuw.

De glimlach

De glimlach van de Mona Lisa is het handelsmerk geworden van het schilderij zoals de hermelijn (eigenlijk een witte fret) dat is voor dat andere beroemde schilderij van Leonardo De dame met de hermelijn, het portret van Cecilia Gallerani. Men had het schilderij dus evengoed De dame met de glimlach kunnen noemen. Leonardo lijkt van dit idee van blij zijn, van gelukkig zijn, het centrale thema van zijn schilderij te hebben gemaakt; ook al is het dan geen uitbundig vrolijk zijn, de dame lijkt alleszins tevreden en gelukkig. Over de glimlach zijn tientallen theorieën geponeerd. Deze gaan van de glimlach van een gelukkige zwangere vrouw tot een symptoom van de meest diverse ziektes. Software die emoties zou herkennen op basis van de gezichtsuitdrukking herkende er voor 83% geluk in.

Het landschap

Volgens recent onderzoek van Olivia Nesci, hoogleraar in de geomorfologie aan de universiteit van Urbino, dat werd gepresenteerd op de 8e Internationale Conferentie van Geomorfologie die plaatsvond in Parijs in augustus 2013, zouden er opmerkelijke overeenkomsten zijn tussen de landschappen op het schilderij en sommige reële landschappen in de regio Montefeltro gezien van op de hoogte van Valmarecchia. Merk op dat rond de identificatie van het landschap nog andere theorieën werden voorgesteld, onder meer door de historica Carla Glori, die de brug in het landschap situeert in de heuvels ten zuiden van Piacenza. Maar ook de Burianobrug bij Arezzo werd vroeger al genoemd door Carlo Starnazzi en dit werd verder uitgewerkt door de Canadese kunsthistoricus Donato Pezutto. Dus ook over het landschap op de achtergrond van de Mona Lisa is het laatste woord nog niet gezegd. De hypothese van Borchia en Nesci zal daarom zeker nog verder moeten worden onderzocht.

De meeste kunsthistorici zijn nog altijd van mening dat het landschap achter de raadselachtige dame niet realistisch is of geen geïdealiseerd realistisch landschap voorstelt. Het bevat de klassieke elementen, de rivier, de bergen, de vlakte en een brug die Leonardo heeft samengevoegd tot een ideaal landschap.

Geschiedenis

16e en 17e eeuw

Het rapport van de secretaris van kardinaal Louis van Aragon, Antonio de Beatis, dateert het werk tussen 1512-1517 maar als we aannemen dat Lisa Gherardini inderdaad het model was zoals Vasari schreef moeten we het ontstaan van het schilderij situeren in de tweede Florentijnse periode van Leonardo tussen 1503 en 1507. Dit kadert vrij goed met de notitie uit Heidelberg die dateert van oktober 1503. Ook drie van Raphaëls vroege Florentijnse werken van 1504 – 1506 zijn beïnvloed door het werk van Leonardo.

Leonardo heeft het schilderij niet afgeleverd bij de opdrachtgever maar het meegenomen naar Frankrijk toen hij zich daar vestigde op uitnodiging van Frans I in 1516. Vasari zegt dat Leonardo nooit afstand van het werk deed en men neemt aan dat Leonardo tot op het einde van zijn leven correcties heeft aangebracht. Uit vergelijking met de Mona Lisa van het Prado, die tegelijkertijd gemaakt zou zijn, meent Vincent Delieuvin, conservator aan het Louvre, te mogen afleiden dat de achtergrond geschilderd werd tussen 1510 en 1519. Het landschap zou gedeeltelijk gebaseerd zijn op een tekening van Leonardo die zich bevindt in de Britse koninklijke collectie en gedateerd wordt op 1515-1520.

Dat het werk zich later in de collectie van het Franse koningshuis bevond staat vast, men weet dat in 1625 een portret “la Gioconda” genoemd door Cassiano dal Pozzo werd beschreven in een beschrijving van een aantal werken in de collectie van het Franse koningshuis. Andere bronnen zouden het schilderij vermelden als decoratie in de “salle du bain” in Fontainebleau in 1542.

Maar hoe het daar terechtkwam blijft onzeker. Sommigen denken dat het door Leonardo zelf werd verkocht aan Frans I voor 4.000 gouden ecu’s,anderen zijn van mening dat het werk geërfd werd door Salai, samen met de andere werken die zich nog in het atelier bevonden. Het schilderij dat in de nalatenschap van Salai werd aangetroffen kan natuurlijk ook het werk zijn dat later in het Prado terechtkwam.

Van Fontainebleau, waar het in 1646 nog het gouden kabinet van Anne van Oostenrijk versierde, werd het schilderij van de Mona Lisa door Lodewijk XIV overgebracht naar Parijs. In 1565-1566 verhuist het doek van het Palais du Louvre naar de galerie des Ambassadeurs in het palais des Tuileries. Tussen 1690 en 1695 wordt het paneel overgebracht naar het kasteel van Versailles door Lodewijk XIV en opgehangen in de galerie du roi.

18e en 19e eeuw

In 1797, tijdens de Franse Revolutie, werd la Joconde overgebracht naar het salon carré van het Muséum central des arts de la République, het toekomstige Musée du Louvre. Enkele jaren later, in 1801, werd het schilderij door Napoleon Bonaparte overgebracht naar de Tuileries en opgehangen in de appartementen van Joséphine en niet in de slaapkamer van Napoleon, zoals dikwijls wordt gezegd. In 1802 keerde het terug naar het Louvre. Tijdens de Frans-Duitse Oorlog van 1870 tot 1871 werd het paneel in veiligheid gebracht in de kelders van het arsenaal van Brest.

De diefstal in 1911

Op 21 augustus 1911 werd de Mona Lisa op klaarlichte dag gestolen. De volgende dag ontdekte de schilder Louis Béroud de diefstal. Op de plaats in de Salon Carré waar de Mona Lisa had moeten hangen, bevonden zich nu slechts vier ijzeren haakjes. Béroud informeerde bij de bewaking waar het schilderij was en zij dachten dat het was overgebracht naar het fotoatelier van de firma Braun. De bewakingsdienst stuurde iemand naar het fotoatelier om het schilderij terug te halen, maar die keerde onverrichter zake terug. Toen sloeg de paniek toe.

Bij het onderzoek dat volgde werd de dichter Guillaume Apollinaire aangehouden en ondervraagd, hij had immers ooit verklaard dat men het Louvre moest afbranden en was betrokken bij de diefstal van enkele beeldjes en maskers door Géry Pieret enkele jaren daarvoor. Pieret bezorgde op 28 augustus aan de krant Paris-Journal een van de gestolen beeldjes, eiste de diefstal van La Joconde op en eiste 150.000 frank losgeld. Ook Pablo Picasso werd langdurig ondervraagd, hij had van Pieret enkele van de gestolen beeldjes en de Fenicische maskers gekocht omwille van hun primitieve aspect. Zijn schilderij “Les demoiselles d’Avignon” werd hierdoor nog beïnvloed.

Maar het onderzoek liep al snel dood en men ging ervan uit dat het schilderij voorgoed verdwenen was. De dader van de diefstal, Vincenzo Peruggia, was een Italiaan en had als glazenier meegewerkt aan een project om belangrijke kunstwerken achter glas in te kaderen. Hij had zich in een bezemkast verstopt en was op de sluitingsdag van het Louvre met het schilderij onder zijn jas het museum uitgelopen. Hij bewaarde het schilderij gedurende twee jaar in een houten koffer onder zijn bed in een logement in Parijs. In 1913 keerde hij terug naar Italië en bood op 10 december 1913 de Mona Lisa te koop aan bij een Florentijns antiquair Alfredo Geri. Die maakte op 11 december een afspraak met Vincenzo Peruggia in Hotel Tripoli, kamer 20 en ging naar de afspraak in gezelschap van de toenmalige directeur van het Uffizi, Giovanni Poggi. Geri en Poggi herkenden het doek en namen het mee voor een zogezegde expertise. De dief werd gearresteerd en het hotel wijzigde zijn naam in Hotel Gioconda; men kan er tegenwoordig nog altijd kamer 20 boeken.

Voor het terugkeerde naar Frankrijk werd het werk tentoongesteld in de Uffizi in Firenze, in de Franse ambassade in Rome en in de Galleria Borghese. Peruggia die tijdens zijn proces verklaarde dat hij had gehandeld uit patriottisme om een werk, waarvan hij dacht dat het door Napoleon gestolen was terug te brengen naar Italië, kreeg een straf van één jaar en veertien dagen, die later werd teruggebracht tot zeven maanden en veertien dagen.

20e en 21e eeuw

In de Eerste Wereldoorlog werd de Mona Lisa in veiligheid gebracht, eerst in Bordeaux en later in Toulouse. Na de oorlog keerde het werk terug naar het Louvre.

Toen in 1938 Hitler het Sudetenland binnenviel, werd het schilderij uit veiligheidsoverwegingen uit het Louvre weggehaald, maar het keerde er na de akkoorden van München terug. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, werd La Joconde eerst naar het kasteel van Chambord gebracht en van daar naar de abdij van Loc-Dieu, vervolgens naar het Musée Ingres in Montauban. Het werk werd teruggebracht naar Chambord en van daar meegenomen door René Huyghe, conservator aan het Louvre naar het kasteel van Montal in Quercy in het departement Lot. Ook daarna wisselde de Mona Lisa nog enkele keren van verblijfplaats in de departementen Lot en in de streek van de Causses om op 17 juni 1945 terug te keren naar Parijs.

Na haar omzwervingen tijdens de oorlog werd de mooie Florentijnse nog een aantal keer belaagd. In 1956 werd zuur over de onderkant van het schilderij gegoten en in december van datzelfde jaar gooide een Boliviaanse toerist een steen naar het schilderij, die het glas verbrijzelde en de verflaag aan de linkerelleboog beschadigde.

De Mona Lisa ging ook nog op reis. Van december 1962 tot maart 1963 was het werk in de Verenigde Staten. Het werd tentoongesteld in de National Gallery in Washington en daarna in het Metropolitan Museum in New York. Er zouden 1,7 miljoen bezoekers geteld zijn. In 1974 werd het paneel uitgeleend voor tentoonstellingen in Moskou en in Tokio.

Bron: Wikipedia – licentie CC BY-SA 3.0

Mona Lisa met mogelijk tot inzoomen

Alles over Mona Lisa

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Close
Menu
Close
error: Alert: Content is protected !