RECENSIE: Koninklijke Schat | Rijksmuseum Amsterdam

Een bokaal van puur goud met een rijke historie. Deze koninklijke schat, inclusief deksel, is 18,5 centimeter hoog en verkeert in bijzonder goede staat. De beker is te bewonderen in de Eregalerij van het Rijksmuseum in Amsterdam. Het pronkstuk stond al sinds de opening van het Rijksmuseum op hun verlanglijst. Het aankoopbedrag blijft onbekend. Een bijzondere schaal van lapis lazuli in een gouden vatting van dezelfde maker, Paulus van Vianen, uit 1608 in het Ashmolean Museum in Oxford werd in 2013 getaxeerd op 3,5 miljoen euro.

Paulus van Vianen

Paulus van Vianen kwam uit een familie van zilversmeden in Utrecht. Door zijn uitzonderlijke beheersing van de drijftechniek groeide hij uit tot de belangrijkste Nederlandse edelsmid van de zeventiende eeuw. Hij trad in dienst als keizerlijke edelsmid bij het hof van keizer Rudolf II in Praag. Daar werkte hij tot zijn dood in 1613.

Heinrich Julius

De beker heeft Paulus van Vianen in 1610 vervaardigd in opdracht van de Duitser Heinrich Julius, hertog van Braunschweig-Lüneburg, een vertrouweling van de keizer Rudolf II. Aan de onderkant van de deksel is Heinrich Julius afgebeeld.

Heinrich Julius overleed in 1613 aan de gevolgen van het overmatig drinken van wijn.

Sophie Hedwig en Ernst Casimir

In 1623 kreeg de dochter van Heinrich Julius, Sophie Hedwig, de gouden beker in bezit. Sophie Hedwig was in 1607 als vijftienjarige getrouwd met de achttien jaar oudere graaf Ernst Casimir, die het jaar ervoor het graafschap Nassau-Dietz had geërfd. Hij was stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe. De beker kreeg een plek in de stadhouderlijke kunstkamer in Leeuwarden. Ernst Casimir overleed in juni 1632 toen hij bij de inspectie van de loopgraven bij een beleg van Roermond door een musketschot in zijn hoofd werd getroffen. De musketkogel die hem geraakt zou hebben en de hoed die hij op gehad zou hebben, behoren tot de vaste collectie van het Rijksmuseum Amsterdam.

The Royal Treasure

Vanaf 1711 is de beker opgenomen in de schatkamer van de stadshouders in Den Haag en tot 1811 was het in bezit van het Nederlandse Koningshuis. Vanwege het huwelijk van Wilhelm Fürst zu Weid met Marie van Oranje-Nassau in 1870 is de beker in 1881 vererfd op de Duitse adellijke familie Von Wied. Door de aankoop van de familie Wessels, genoteerd op de derde plaats van de Quote, is de schat weer terug op Nederlandse bodem. Zij geven het pronkstuk nu langdurig in bruikleen aan het Rijksmuseum

De beker geldt nog altijd als de belangrijkste schat afkomstig van de Oranjes en draagt daarom de bijnaam ‘The Royal Treasure’.

Meer informatie

Linda

Linda

Ik ben Linda, een enthousiaste beginnende vrijwilliger. Ik neem je mee langs diverse musea en kunstwerken. Leuk als je me volgt!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Close
Menu
Close
error: Alert: Content is protected !